Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , ,

In het weblog van oktober 2017 lazen we dat Jean Gustave Schoup op 28 april 1917 vanuit het Interneeringsdepot Harderwijk in Vluchtoord Gouda terechtkwam. Hij is echter vanaf eind april 1917 niet in het bevolkingsregister van de gemeente Gouda te vinden. Op grond van één Belgisch document moeten we aannemen dat Schoup in het begin van deze periode in het kamp vertoefde, al is de registratie van het Goudse vluchtoord verloren gegaan. Misschien gaf hij er les in buitenlandse talen als Engels, Frans en Duits. Hij deed dat vermoedelijk uiteindelijk ook buiten het kamp, in Gouda zelf. Maar een jaar later, in april 1918, was hij nog steeds niet in Gouda ingeschreven. Schoup zou zelfs naar Den Haag kunnen zijn doorgestoten of weer naar Rotterdam teruggekeerd kunnen zijn. Maar ook in deze twee gemeenten staat hij in 1918 niet geregistreerd.

In elk geval had hij Vluchtoord Gouda toen waarschijnlijk verlaten. Het was namelijk te achterhalen wat hem vanaf circa half maart 1918 bezighield. “Dr. J.G. Schoup” compileerde het financieel-economische nieuws uit het buitenland voor het nieuwe weekblad ´De Loods´. Om dat werk te kunnen doen, had hij een brede waaier kranten nodig die in Vluchtoord Gouda vast niet ter beschikking stond. Schoup moet elders woonachtig geweest zijn, al bleef het tot nu toe onduidelijk waar precies.

Haarlem misschien? Weekblad ´De Loods´ werd uitgegeven door H.D. Tjeenk Willink & Zoon. Die uitgeverij was in Haarlem gevestigd, maar de oprichter van het nieuwe tijdschrift, de politicus en econoom Marie Willem Frederik Treub (1858, Voorschoten – 1931, Den Haag), woonde en werkte in Den Haag. Zijn weekblad stelde zich ten doel de beginselen van de Economische Bond te propageren, de politieke partij die Treub half december 1917 had opgericht. Treub was destijds minister van Financiën in het kabinet-Cort van der Linden. Dit betekent uiteraard niet dat J.G. Schoup persoonlijk contact met de prominente econoom had. De advocaat August Mesritz (1879, Amsterdam – 1942, Detroit), hoofdredacteur van ´De Loods´, moet hij echter wel gekend hebben en ook deze man woonde in Den Haag. Dus ja, waar verkeerde Schoup destijds? Noodzakelijkerwijs vanwege zijn journalistieke job in Den Haag waarschijnlijk, al was hij ook daar officieel niet ingeschreven. Hij kan ook nog steeds leraar geweest zijn, inwonend bij een particulier.

Minister Treub was een progressief liberale politicus met gevoel voor de sociale wantoestanden van zijn tijd. Hij stond bij het bedrijfsleven als voortvarend te boek, een man van de daad, die wat wou, wat deed. Treub maakte zich al in 1909 sterk voor een algemeen staatspensioen voor elke Nederlander. Dit zou gefinancierd moeten worden uit een in te voeren pensioenbelasting. Wie een leven lang hard gewerkt had, moest op zijn oude dag niet langer aangewezen zijn op liefdadigheid. De liberalen streefden een staatspension voor iedereen na, een voorloper van de Algemene Ouderdomswet (AOW) die pas in 1956 door de socialist Willem Drees zou worden ingevoerd. Drees (1886-1988) was dus niet de eerste, maar wel de beste. In 1916 diende Willem Treub een wetsontwerp in voor een wekelijkse uitkering van twee gulden voor mensen boven de 70 jaar. Wie denkt dat dat destijds voldoende was, heeft het mis. De voorgestelde ouderdomsuitkering van acht gulden per maand vertegenwoordigde een koopkracht van 66,43 euro in 2016. Raar maar waar, veel te weinig dus voor een menswaardig bestaan en toch was het politieke parket hier destijds te glad voor. Treub gleed uit over het financierings­model, de pensioenbelasting. Hij trad in februari 1916 af, maar keerde van 22 februari 1917 tot 9 september 1918 weer terug als minister van Financiën.

Allengs ontwikkelde Treub zich steeds meer in conservatieve richting. Hij had steeds minder affiniteit met het democratische gezwam in parlement en politiek dat volgens hem de effectieve aanpak belemmerde van wat waarlijk van belang was: de volkswelvaart. De Economische Bond moest zich als partij boven het parlementair gekrakeel uit sterk maken voor het landsbelang, een sterke economie, waar alle klassen mee gebaat zouden zijn, zowel rijk als arm. Dat lijkt wel wat op “geen gezeik, iedereen rijk”, een leuze van De Tegenpartij, de satirische politieke partij van Jacobse en Van Es, maar zo vergaande en vooruitstrevende politieke doeleinden zijn tot op heden utopisch gebleken. Toch zouden vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog sociale regelingen ervoor zorgen dat de kwalijkste sociale misstanden waar Nederland in vroeger tijden mee te kampen had, niet meer voorkomen.

Bovendien bleek een stelsel van uitkeringen voor arbeidsongeschikten, werklozen en ouderen de economie niet te schaden. Uitkeringen vloeien weer terug in die economie, bij de bakker of in de supermarkt, om maar wat te noemen. Pure armoede wordt voor de samenleving uiteindelijk pas echt duur. Niet alleen is honger en ellende maatschappelijk onaanvaardbaar geworden. Een gezonde economie is er niet mee gebaat. Geef de armen wat brood en spelen, dat is beter. Het geld dat ermee gemoeid is smeert de economie toch weer. Armoede onder het volk werkt bovendien als maatschappelijke tijdbom, van sociale onlusten, via gevaarlijke opstanden tot zelfs regelrechte revoluties aan toe. Dat wil de rijke en regerende klasse nou ook weer niet. Zo eender stond het Treub met zijn Economische Bond dus voor ogen. Een liberaal klimaat voor kapitalistische bedrijvigheid met tegelijkertijd wat investering in sociale rechtvaardigheid. Volkswelvaart alom en rust in de tent.

In het eerste nummer van ´De Loods´ van 28 maart 1918 stond meteen al een bijdrage van J.G. Schoup, onbekend als hij was “Dr. J.J. Schoup” genoemd. Vanaf het tweede nummer was deze fout meteen gecorrigeerd. Laten we in ´De Loods´ eens kijken naar Schoups nieuwsberichten van 26 april en 2 mei 1918. Deze staan op één pagina, maar meestal vergaarde Schoup zó veel nieuws uit het buitenland dat hij er meer ruimte voor nodig had en kreeg. ´De Loods´ had overigens het formaat van een dagblad.

Schoup was geen alwetende persoon die het wereldgebeuren wel kon dromen. Hoe ging hij te werk? Is daar iets over te zeggen? Net als iedere journalist was hij afhankelijk van bronnen. Met zijn talenkennis kon hij putten uit Nederlandse, Belgische, Franse, Britse, Amerikaanse, Duitse, Oostenrijkse en Zwitserse kranten. Hij stelde daaruit een selectie nieuwsberichten samen. Prima job en zeker een eerwaardige bezigheid na jaren gemodder in de marge, eerst als boekhouder bij de Belgian Relief, later als spion voor de Duitse geheime dienst, en tussendoor steeds weer retour naar Belgische internerings- of vluchtelingenkampen. Stel je voor, meneer werd financieel-economisch journalist! Dat had de standing waar hij voor in de wieg gelegd was. Elke dag de internationale kranten lezen en daar een uittreksel van maken. Elke week opnieuw. Het is wel zeker dat hij zo te werk ging, hoe anders?

In ´De Loods´ van 25 april 1918 bracht Schoup bijvoorbeeld in de vierde kolom nieuws over een nieuw bankconsortium in Spanje. “Om de voorschotten aan Frankrijk te financieren, hebben Spaansche banken een bankconsortium gevormd, dat de beschikking zal hebben over 50 millioen pesetas, waarvan de helft zal worden gestort, en wel in Spaansche fondsen, die bij de Bank van Spanje zullen worden gedeponeerd. Het consortium zal de traîtes eener Parijsche financieele groep accepteeren en deze worden dan bij de Bank van Spanje verdisconteerd. De Bank, op haar beurt, is gedekt door een Parijsch depot in Spaansche staatsobligatiën, alsmede door een garantie van de Spaansche schatkist.” Woord voor woord stond hetzelfde nieuws in het ´Algemeen Handelsblad´ van 18 april 1918, zoals hieronder in het rechter knipsel te lezen is. Links J.G. Schoup in ´De Loods´ van 25 april 1918.

In ´De Loods´ van 2 mei 1918 staat in de eerste kolom een nieuwsbericht over Chili. Schoup begon als volgt: “De nieuwe Amerikaansche stoomvaartlijn tusschen New York en Valparaiso heeft den dienst in October j.l. aangevangen.” Er waren een vijftal schepen voor het vervoer van passagiers ingericht. “De Amerikaanshe reederij is voornemens maandelijks een boot uit New York en Valparaiso te doen vertrekken, waarbij als tusschenhavens zouden worden aangeloopen Colon, Callao, Mollendo, Arica, Iquique, Antofagasta en Coquimbo.”  Welnu, hetzelfde nieuws stond in het ´Rotterdamsch Nieuwsblad´ van 24 april 1918. Zie wederom de knipsels. Links J.G. Schoup in ´De Loods´, rechts het ´Rotterdamsch Nieuwsblad´.

Schoup bracht in ´De Loods´ van 2 mei 1918 in de derde kolom ook nieuws uit Engeland. “De Britsche Maatschappij tot het vervaardigen van verfstoffen, welke door den Board of Trade met behulp van het Departement van Financiën is opgericht, met het doel om de positie in te nemen, die Duitschland vóór den oorlog innam, is meer dan twee jaar aan den arbeid geweest en is in staat om van goede vorderingen melding te maken.” Zo deelt hij meer mee, precies zoals het op 23 april 1918 in ´De Maasbode´ te lezen was. In beide artikelen staat dan ook identiek dat in het Britse Huddersfield de fabriek “in staat is salpeterzuur, een stof ter vervanging van benzine, enz. te vervaardigen.” Links weer ´De Loods´, rechts ´De Maasbode´.

Copy, paste en klaar was “Dr.  J.G. Schoup” die onder zijn overzicht altijd de afsluitende datum van zijn lees- en noteerweek opgaf, in dit geval “26 april 1918”. Dit werk lijkt al te makkelijk, maar we moeten niet te lichtvaardig oordelen over deze journalistieke uitdaging. Het vergt veel tijd en moeite een scala aan internationale kranten door te zeven, daarbij een selectie van het nieuws te maken en voor een uitgewogen resumé te zorgen. Schoup kweet zich uitstekend van die interessante taak. Hij moet er ook veel plezier aan beleefd hebben. Het is onbekend hoe hij in dit werk verzeild raakte, maar… eindelijk een serieuze baan!

===========================================

In dezelfde periode woedde de Eerste Wereldoorlog als nooit tevoren. In de winter had het weinig zin veel te vechten, maar op 21 maart 1918 startten de Duitsers een groots opgezet lenteoffensief aan het westelijke front in Frankrijk, te beginnen met Operation Michael, de eerste van wat vijf wilde aanvallen zouden worden. Het waren de grootste veldslagen van de hele periode 1914-1918, al waren het niet de langdurigste en dus ook niet de bloedigste. Toch waren bij de eerste aanval, die tot 4 april 1918 duurde, aan Duitse kant al zo´n 239.000 doden en gewonden te betreuren, aan geallieerde zijde zo´n 255.000. Operation Blücher-Yorck, het derde offensief dat van 27 mei tot 6 juni 1918 duurde, werd voor het Amerikaanse leger de vuurdoop, met zo´n 11.000 gesneuvelden.

Bij deze derde slag van de vijf boekte het Duitse leger weer flinke terreinwinst. De Duitsers kwamen tot 92 km van Parijs, een prima gelegenheid het zgn. Paris-Geschütz. uit te proberen. De door dit superkanon afgeschoten projectielen vlogen in hun kogelbaan ongeveer een minuut lang door de stratosfeer. Op zo´n hoogte ondervonden de bijna 200 kg wegende granaten nauwelijks luchtweerstand. Zomede hadden deze monsterlijke kanonnen – wapen­fabrikant Krupp produceerde er drie – een reikwijdte van maximaal 130 km. De bommen moesten de Parijzenaren angst aanjagen en dat lukte uiteraard aardig, maar militair gezien had dit enorme terreurwapen geen enkel nut. De vraag is dan ook, waarom de Duitse legerleiding tijd, geld en mankracht in zo´n waanzinnige absurditeit stak.

Aan het hoofd van de zgn. Kaiserschlacht stond Erich Ludendorff, de generaal die luttele jaren later Adolf Hitler stilletjes onder de arm zou nemen. Vanwege het verrassingseffect en een nieuwe aanvalstechniek, de inzet van flexibele Stoßtruppen, wisten de Duitsers bliksemsnel aanzienlijke terreinwinst te boeken. Maar na de genoemde Operation Blücher-Yorck was het daarmee afgelopen. De Fransen slaagden er in april al in de geheime radiocode van het Duitse opperbevel te ontcijferen, zodat ze van tevoren wisten wat hen te wachten stond. De geallieerden pasten zich snel aan de nieuwe Duitse tactiek aan en blokkeerden de opmars met flexibele reservetroepen.

De Grote Oorlog was inmiddels sowieso een ongelijke strijd van allen tegen één geworden. Ieder zinnig mens kon het op zijn vingers aftellen: Duitsland kon deze oorlog niet meer winnen. Duitsland kon zo veel tegenstand niet aan. Duitsland kon geen tegenwicht tegen de overmacht op de been brengen, noch militair, noch industrieel, zeker niet toen de Amerikanen zich op het laatst mogelijke moment in de strijd durfden te werpen. De Kaiserschlacht die de definitieve Duitse doorbraak had moeten bewerkstelligen, bezegelde vanaf half juli 1918 het Duitse debacle definitief.

Blijf volgen: https://jeangustaveschoup.wordpress.com/

Zie voor omrekening van toenmalige geldwaarde in huidige euro’s: http://www.iisg.nl/hpw/calculate-nl.php.

Van de biografie over Jean Gustave Schoup zijn nog maar 20 exemplaren beschikbaar.

Advertenties