Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De pogingen verslag te geven over de stappen die Jean Gustave Schoup honderd jaar geleden deed, kunnen wel eens falen. Bijzonder regelmatig zou zijn advertentie, op zoek naar de “famille T. Claessens” (zie het weblog van 1 april 2017), nog in ‘La Métropole d’Anvers’ geplaatst worden, maar dat hield na 20 september 1917 op. Gezien de turbulente geschiedenis die Schoup sinds drie jaar achter zich gelaten had, zou men kunnen denken dat hij in die maand weer eens uit het kamp ontsnapte. Dat is niet het geval. Het is bekend hoe lang hij voor de derde keer in Interneeringsdepot Harderwijk geweest is. Uit één document van het Parquet Militaire de Brabant, de Belgische Krijgsraad, blijkt dat hij op 31 oktober 1916 in Harderwijk werd geïnterneerd, “terug van vermist”, en dat hij op 28 april 1917 naar het Vluchtoord Gouda werd overgeplaatst. Dit verklaart dan ook dat het met zijn prille toneelcarrière in kamp Harderwijk al gauw weer afgelopen was.

Het was destijds overigens niet ongebruikelijk dat de Belgische soldaten over Nederland verspreid raakten. Vanaf 1916 werden ze steeds meer in zgn. lokale Interneeringsgroepen geplaatst om betaald tewerk te worden gesteld, vrijwillig trouwens. Hoewel er wel nog een wakend oog op deze Belgen werd geworpen, genoten zij werkend in de Nederlandse maatschappij meer bewegingsvrijheid. De ‘Nieuwe Rotterdamsche Courant’ schreef op 14 oktober 1916: “Kijkt er tegenwoordig nog iemand om naar een Belgischen soldaat als hij dien op straat ontmoet? Geen sterveling. ’t Nieuwtje is er af; de oorlog heeft ons al aan zooveel gewend en dit is evenmin meer iets bizonders voor ons als al de rest. […] Niemand let meer op geïnterneerden; onze soldaten groeten hen op straat of ze ons eigen leger waren, […] in één woord, ons publiek, dat overigens toch niet gauw went aan wat het niet altijd en iederen dag ziet, behandelt de Belgen als onze oude kennissen. We hebben er nu zo langzamerhand heel wat gekregen in ons midden. Er zijn er toch onder de geïnterneerden veel, die een handwerk verstaan, en in dezen tijd van, door de mobilisatie, schaarsche werkkrachten, is er voor die altijd wel hier of daar een plaatsje te vinden, hetzij in een fabriek, hetzij bij een particulier. In het klein is dat begonnen. Eerst kwamen er zoo een paar uit het Harderwijksche en Zeisterkamp aan den gang, geleidelijk groeide dat aantal aan en nu zitten ze overal. Door heel het land vindt men nu de Interneeringsgroepen: een aantal Belgische manschappen, die in een bepaalde plaats werk gevonden hebben en daar onder bewaking van een klein Nederlandsch detachement verblijf houden”.

Zoals gezegd betaalde het Nederlandse bedrijfsleven er een vergoeding voor. Dat loon was soms onder de maat, zodat Nederlanders die die baantjes ook wel wilden hebben achter het net visten, hetgeen wrevel veroorzaakte. Er werd wel op toegezien dat de Belgen niet onder de markt aan het werk gingen, maar dat liep vaak mis. “Pas nog waren er manschappen teruggestuurd voor wie was overeengekomen dat ze f 18 per week zouden verdienen en die toen het erop aankwam maar de helft of nog minder kregen”. Het artikel noemt zoiets voor de betrokkenen een hard gelag, maar ze zouden vooruit weten dat ze “daarop te rekenen hebben”. Dat zegt eigenlijk genoeg. Bedrieglijke praktijken moeten regelmatig voorgekomen zijn. Het bedrijfsleven profiteerde lekker toch van de situatie: goedkope Belgische arbeidskracht!

Bovendien was de betaling – het artikel gaat over de toestand in Interneeringsgroep ’s Gravenhage, die in Scheveningen gevestigd was – maar wát merkwaardig geregeld. “Van het verdiende geld krijgen de ongehuwden per week f 3,50 in handen. Daarbij komt een dubbeltje soldij per dag. In ’t geheel hebben ze dus f 4,20 zakgeld per week. De rest wordt voor hen opgespaard tot na den afloop van den oorlog. Dan zullen ze dus met een aardigen cent op zak naar hun land teruggaan. De gehuwden krijgen na de eerste maand drievierde deel van hun loon in handen, maar daarvan gaat de barakhuur af, wat bij elkaar een bedrag is van f 10 per maand, zoolang de barak betaald is. De oude barak zal binnen een maand betaald zijn. Dan vergoeden zij alleen nog vuur en licht. Zijn de gehuwden drie maanden bij de groep geweest, dan hebben zij recht op zevenachtste van hun loon. De rest gaat weer in de spaarpot. Dat is waarlijk een wijze maatregel, zouden wij zeggen, om de menschen een appeltje voor de dorst bezorgen, tegen den tijd, dat zij naar België terug gaan om daar de zaak opnieuw op pooten te zetten”. Prachtig allemaal, maar waren die Belgen niet is staat hun spaarpotje zelf te beheren? Al met al lijkt deze gang van zaken op boerenbedrog, dan toch.

Terug naar Gouda. Ook daar moest in oktober 1914 – Gouda had destijds zo’n 25.000 inwoners – een onderkomen gevonden voor de Belgische vluchtelingen. In november 1914 waren het er al ruim 1400 in Gouda. Hun logies zou eerst maar voor tijdelijk zijn, maar het duurde de hele oorlog lang. Voor de N.V. Snijgroenkweekerij v/h Gebr. Steensma aan de Graaf Florisweg was het zo slecht nog niet. Wegens de oorlog stagneerden de zaken enorm en tegelijkertijd zocht de gemeente Gouda een oplossing voor het vluchtelingenprobleem. De hele oorlog huurde de gemeente de kassen en terreinen van deze bloemkwekerij om Belgische families een dak boven het hoofd te geven.

Voor hen was het ook zo slecht nog niet, want de kassen waren verwarmd. In het Interneeringsdepot Harderwijk moesten de Belgische soldaten de winters zonder verwarming doorkomen. De Belgische burgervluchtelingen troffen het in Gouda beter, maar toch zal in de zomer in een broeikas overnachten ook geen pretje geweest zijn. Van de zes die er waren, tezamen ongeveer 1000 m2, werden er drie als slaapzaal ingericht, twee als recreatiezaal en eentje werd de eetzaal. De kwekerij kreeg er nog meer ruimte bij in de vorm van houten barakken waar bijvoorbeeld een werkplaats, school, ziekenzaal, kledingdepot en een waslokaal werden ingericht. Er kwam ook een katholieke kerk, de Kapel van de Heilige Sint Petrus. Verder kwamen er in de loop der tijd nog eens 64 demontabele woningen bij. Vluchtoord Gouda was geen militair kamp. Het was een gemengd dorp, vrouwen, mannen en kinderen bij elkaar. In het eerste jaar, 1915, was het aantal bewoners het grootst, 1962 personen. In het laatste jaar, 1918, waren het er een kleine 800 minder, 1183 personen. Na de eerste noodopvang zakte het aantal bewoners dus aanzienlijk, omdat ze elders onderkomen en werk vonden of omdat ze naar hun eigen land terugkeerden. Tijdens de oorlog woonden in Gouda enkele honderden vluchtelingen bij particulieren.

Mede omdat de kampregistratie van Vluchtoord Gouda verloren gegaan is, of althans onvindbaar bleek, is het duister gebleven wat J.G. Schoup er te doen kreeg. Feitelijk is hij op dat moment nogal spoorloos in de geschiedenis verdwenen, maar volgens het al aangehaalde document van het Militaire Gerechtshof, dat zich beroept op een “fiche hollandaise”, verbleef hij vanaf april 1917 maar liefst anderhalf jaar in Gouda. Hij was niet bepaald het type voor timmerwerk of fabrieksarbeid. Dus ja, wat deed hij daar nou precies, wat had hij er te zoeken? Bij gebrek aan gegevens kan het antwoord daarop tot nu toe slechts giswerk zijn. Een bezigheid als klerk of boekhouder en ander soort kantoorwerk is voorstelbaar.

Bovendien geeft een document van de Belgische Veiligheidsdienst uit 1927 aan dat Schoup in kamp Harderwijk Duitse les gaf. Dat was kennelijk flink foute boel, maar Engels zal hij dan toch ook heus wel gedoceerd hebben. Misschien werd Schoup naar Gouda overgeplaatst om leraar vreemde talen te worden? Uit het geciteerde artikel in de ‘NRC’ blijkt dat sommige Belgische soldaten werk “bij een particulier” vonden. Zomede kan men aan bijles denken bij de mensen thuis en zoals gezegd, de Belgen die in Nederland werk kregen, konden zich sowieso ietsje vrijer bewegen dan geïnterneerd in een kamp. Dat zal (naast geld verdienen) ook een drijfveer geweest zijn om te willen werken in plaats van zich in een kamp te pletter te vervelen. Zo zag je tenminste iets van de wereld. Misschien als leraar, maar misschien ook omdat Schoup bepaald niet het type mens was dat zich de vrijheid laat ontnemen, leerde hij daar de jonge vrouw kennen die zijn echtgenote zou worden. Van 10 oktober 1917 tot 19 oktober 1918 woonde een dame genaamd Theodora Maria Uhl in Gouda. Ze staat in het bevolkingsregister van Gouda te boek als “coupeuse”. Tegenwoordig zouden we zo iemand “naaister” noemen. Om kort even te schetsen uit wat voor familie deze juffrouw kwam het volgende. Ze was de eerste dochter van Johan Hendrik Uhl (1862-1922), adjudant-onderofficier van de Nederlandse landmacht. Diens zoon Johan Hendrik Uhl junior (1889-1961), de oudste broer van Theodora Maria Uhl (1888-1954), maakte een flitsende bliksemcarrière bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en was kolonel van de infanterie toen de Japanners van december 1941 tot maart 1942 Indonesië overrompelden en het KNIL de pan in hakten.

Deze dame trouwde in februari 1919 met Jean Gustave Schoup. Ze hebben elkaar vast tijdens de Eerste Wereldoorlog leren kennen. Of dat in Gouda gebeurde is niet 100% zeker, maar dat ligt nogal voor de hand. Ze verkeerden daar in dezelfde periode, al kwam Schoup er een half jaar eerder dan zij aan. Hij vertrok ook een maand eerder, begin september 1918. Maar mejuffrouw Uhl verliet Gouda ook al gauw daarna, in oktober 1918, haar geliefde achterna, waarschijnlijk. Er zijn gegronde redenen om dat althans aan te nemen, maar daar kan het pas over een jaar, in weblog 2018 / 4 over gaan.

Misschien gaf Schoup in Gouda “bij particulieren” les en was Theodora Uhl, die overigens ruim vierenhalf jaar ouder was dan hij, één van die leerlingen? Zoals gezegd had het Vluchtoord Gouda ook een schooltje. Gaf Schoup daar les? Andere mogelijkheid: deed hij administratief werk voor vader Uhl? Johan Hendrik Uhl werkte als kwartiermeester in het Christelijk Militair Tehuis te Den Haag, Heemskerkstraat 42. Had deze officier tijdens de Eerste Wereldoorlog met de interneeringskampen en interneeringsgroepen te maken? Of was de Belgische vrijbuiter gewoon regelmatig aan de wandel in Gouda en heeft hij haar langs die weg leren kennen?

Helaas, nadere gegevens over Schoups stappen in Gouda tijdens deze vrij lange periode zijn spoorloos. Voortgaand onderzoek kan misschien nog wat licht op Schoups toenmalige activiteiten werpen, maar dat moet nog blijken en wellicht is er nooit uitsluitsel over te geven. Vaak genoeg levert het zoeken naar spelden in een hooiberg geen enkel resultaat op. Kortom, het blijft vooralsnog gissen.

Wat hij in oktober 1918 deed is wél bekend, maar daar moet de lezer van dit weblog nog geduld voor hebben, tot oktober 2018. Gewoon de biografie aanschaffen kan natuurlijk ook. Van De geldbronnen van het Nationaal-Socialisme en de bewogen levens van de Belgische avonturier Jean Gustave Schoup zijn nog 26 exemplaren beschikbaar…

======================

Wat gebeurde er honderd jaar geleden verder nog zoal? Wereldnieuws! Revolutie in Rusland! Het communisme grijpt de macht!

Al was de Russische Revolutie van november 1917 zeker niet de aangrijpendste gebeurtenis van de 20ste eeuw, één van ingrijpendste was het wel. Als we tot de val van de Berlijnse muur tellen, tot 1989 dus, duurde het communistische avontuur 72 jaar. Oppositie tegen de Sovjetunie heeft in die decennia tot zeer veel oorlog geleid. Het kapitalisme zag levensgevaar in deze staat opdoemen. Communisme, een gruwel! Velen beseffen het niet, maar feitelijk is zelfs Adolf Hitler voortgekomen uit een reactionaire beweging die na de communistische opstanden in Duitsland (1918-1919) de strijd met het communisme aanbond. Dat sudderde zo door tot de aanval op de Sovjetunie in juni 1941 een feit was. Had Stalin, die zeker geen lieverdje was, in de jaren twintig en dertig niet alles op alles gezet om zijn staat te industrialiseren, dan had hij de strijd tegen Hitler in de Tweede Wereldoorlog niet gewonnen. Of anders gedacht: was Rusland een overwegend agrarische staat gebleven, dan had Hitlers invasie daar wél succes kunnen hebben. Maar ja, was Hitler op het wereldtoneel getreden zonder de Russische Revolutie? Waarschijnlijk niet. De conservatieve machten hadden in dat geval deze agitator niet eens zien zitten en dus ook niet financieel ondersteund. De grote agitator zelf had zijn hetze tegen het “joods-bolsjewisme”, een cruciaal element in zijn propaganda, ontbeerd. Maar enfin, dit zijn interessante hersenspinsels, meer niet. Gedachten als “had de hond de kat gebeten, dan was de muis niet weggerend”, helpen in de geschiedkunde altijd vrij weinig. De dingen zijn gegaan, zoals ze nu eenmaal liepen.

Na de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte de economische potentie van de Sovjetunie opnieuw grote angst. Het werd door de Westerse machten schromelijk overdreven, want Stalins hele land lag in puin. In Amerika was alles intact gebleven, maar de Amerikaanse wapenindustrie had plotsklaps veel minder emplooi. Dat werd verholpen met “red scare” propaganda, de idee dat “de Russen komen” en de Koude Oorlog die daarmee zijn aanvang nam, met als bekendste gevolgen de oorlogen in Korea en Vietnam. Zo kon de Amerikaanse wapenindustrie op toeren gehouden worden. Vooral in Azië was genocide het resultaat, ook in Indonesië bijvoorbeeld, waar Soeharto in 1965-1966 met de steun van Westerse regeringen ettelijke honderdduizenden – sprake is zelfs van 500.000 tot een miljoen – communisten vermoordde. De USA en de CIA speelden hierbij (zoals zo vaak) een rol van betekenis. Het Westen zag de gruwelijke eliminatie van de Indonesische Communistische Partij PKI (Partai Komunis Indonesia) als een “zuivering”. Dat kwam zo.

President Soekarno volgde een eigen weg voor Indonesië. Amerikaanse haviken als John Foster Dulles (minister Buitenlandse Zaken) en Allen Dulles (hoofd CIA) beschouwden dat per definitie als een politiek die tegen de belangen van het Westen indruiste en dus als communistisch gebrandmerkt werd. Als een machthebber niet aan de leiband van de Verenigde Staten wou lopen, dat moest het vast en zeker om een communist gaan. De verschrikkelijke moordpartijen leidden ertoe dat Soekarno voor de Nieuwe Orde van Soekarno moest wijken. De strijd tussen het kapitalisme en het communisme heeft de afgelopen eeuw miljoenen en nog eens miljoenen levens gekost. Dus nogmaals; was dat misschien niet gebeurd als er geen Russische Revolutie was geweest? Het is interessant daar gedachten over te laten gaan, maar geschiedenis is niet ongedaan te maken. Met overwegingen achteraf als “had de hond de kat niet gebeten, dan was de muis hard weggerend” kom je ook al nergens.

De Russische Februarirevolutie met als gevolg de afzetting van de tsaar en het daarop volgende bewind van Kerenski betekende slechts een einde van de monarchie in Rusland. Overigens noemt men deze omwenteling ook de Maartrevolutie, omdat zij zich volgens de gregoriaanse kalender van 8 tot 15 maart voltrok. Volgens de juliaanse kalender die destijds in Rusland in gebruik was, gebeurde het van 23 februari tot 2 maart 2017.

In het weblog van 1 april 2017 kwam er al iets over aan de orde. In Rusland waren de afgepeigerde troepen en de hongerende bevolking hun trotse tsaar zat. Na onophoudelijke demonstraties, opstanden en muiterij waarvan Petrograd (nu St. Petersburg) de spil was, deed Nicolaas II op 15 maart 1917 afstand van de troon (oude, juliaanse kalender: 2 maart 1917). De val van de monarchie droeg de kiem van een radicale revolutie in zich, maar eerst kwam de provisorische burgerregering onder leiding van Aleksandr Kerenski nog even aan bod. Hij zette de oorlog met Duitsland gewoon voort, dus bijzonder revolutionair was dit niet te noemen. Kerenski deed wat de tsaar al deed. In april 1917 liet de Duitse legerleiding de bolsjewist Vladimir Lenin (zie foto) heimelijk vanuit zijn Zwitserse ballingschap dwars door Duitsland naar Zweden en Finland reizen om zo in Rusland te kunnen belanden. Alles heeft een prijskaartje. De Duitsers investeerden om te beginnen 5 miljoen Mark in de agitator. Met politieke propaganda moest hij de gevestigde macht van de Russische vijand gaan ondermijnen. Vrede, land en brood waren de parolen. De Duitse Generale Staf berichtte op 21 april 1917 aan Buitenlandse Zaken te Berlijn: “Lenin Eintritt in Rußland geglückt. Er arbeitet völlig nach Wusch”.

Tot zover deze herhaling uit het weblog van 1 april. Lenin deed in die eerste maanden het voorbereidende werk voor de ware, de eigenlijke communistische revolutie. Het ging om staatsondermijnende activiteit met propaganda in zijn krant, de Pravda, die op 5 juli 1917 voor het eerst verscheen, nog in de form van een pamflet, maar niettemin opgericht met het geld dat de Duitsers in Lenins activiteiten staken. Léon Trostsky had zich in juni 1917 bij hem aangesloten. Trotsky, die eigenlijk Leon Bronstein heette, had al een avontuurlijke odyssee achter de rug. De financiering van Trotzky komt aan de orde op blz. 79-88 van De geldbronnen van het Nationaal-Socialisme en het opvallend bonte spectrum van de aanhoudende nasleep. Een fragment daaruit luidt als volgt, met daarin tevens citaten uit een boek van historicus Antony C. Sutton, getiteld Wall Street and the Bolshevik Revolution.

“In zijn boek staat dat Trotsky in 1916 beleefd (“po­litely”) Frankrijk uitgezet werd, de grens over, naar Spanje. In Madrid werd de communist vrijwel meteen gearresteerd en in een “first-class-cel” geïnterneerd. Via de Zuid-Spaanse havenstad Cádiz kwam hij in Barcelona terecht waar hij op het stoomschip Montserrat gezet werd. Op 13 januari 1917 kwam Trotsky in New York aan. Daar verbleef hij tot maart en het is niet duidelijk waar hij het geld vandaan had om vrij goed te kunnen leven. In Ameri­ka had Trotsky direct de beschikking over een limousine met chauffeur. Sutton spreekt over een bedrag van $ 10.000 afkomstig uit Duitse kringen.

Op 26 maart 1917 vertrok Trotsky via Canada aan boord van de SS Kristianiafjord weer naar Europa met een Amerikaans paspoort dat president Woodrow Wilson voor hem had ver­zorgd. In Canada werd hij nog korte tijd vastgehouden, maar toch weer vrijgelaten “to carry forward the de­mocratization of Russia”. Al die tijd vermoedde men dat Trotsky gefinancierd werd door de Duitse geheime dienst en (volgens Sutton) “New York financial houses”. Verderop staat dat zijn geld kwam van “German sources in New York”. En Sutton schrijft in verband hiermee dat de Eerste Wereldoorlog eerder afgelopen had kunnen zijn als het de bolsje­wisten niet mogelijk gemaakt zou zijn in 1917 het re­gime van tsaar Nico­laas II omver te wer­pen.

Met een Amerikaans pas­poort kon hij zich vervolgens in juni 1917 in Fin­land bij de bolsjewistische kornuiten van Lenin voegen. Al eerder had de Duitse generale staf het Lenin en kompanen mogelijk gemaakt in een geblindeerde treinwagon vanuit Zwitserland dwars door Duitsland naar Finland te reizen. Dank­zij ondersteuning vanuit Ameri­ka kon Trotsky zich bij hen voegen. Er broeide dus een gedeeltelijk uit Amerika stammende regie en strategie.”

Vermoedelijk had de Duits-Amerikaanse bankier Jacob Schiff ermee te maken, directeur van de invloedrijke bank Kuhn, Loeb & Co. Deze geldmagnaat had in 1905 al eens omwentelingspogingen in Rusland financieel ondersteund. Aan geld hadden de agitatoren in 1917 in elk geval geen gebrek. In mei 1917 deelde Lenin – Trotsky was nog niet gearriveerd – vanuit zijn Petrograder hoofdkwartier Villa Kscheschinskaja geld uit aan arbeiders, vrouwen, jonge kinkels en ordinaire rowdies. Ze kregen bij wijze van spreken een baantje van Lenins uitzendbureau. Voor zijn roebels waren ze wat graag bereid in optocht tegen de regering Kerenski te scanderen en vlugschriften onder het volk te verspreiden! In Geheimakte ParvusDie gekaufte Revolution schrijft Elisabeth Heresch, blz. 290: “Die Geldausgabe ging ziemlich lange vor sich […] Tausende Rubel wurden verteilt. Nach einer Weile sammelte sich die Menge zur ‚Kundgebung‘; ihnen wurden Plakate mit Aufschriften  »Nieder mit der provisorische Regierung!«, »Nieder mit Miljukow!« und »Nieder mit dem Kapital!« In die Hand gedrückt, dann marschierten sie alle los”.

De Duitse tactiek onrust in Rusland te zaaien begon echter al in 1915. Op blz. 314-315 citeert Heresch een getuige. “… der Schreiber dieser Zeilen wußte bereits im Januar von der Überweisung von 24 Millionen Rubel nach Russland und richtete eine diesbezügliche Anfrage an der damaligen Innenminister Protopopow, der kurz davor eine Unterredung mit einem gewissen Warburg gehabt hatte. Es war mir bekannt, dass das Geld gerade durch die Vermittlung von Max Warburg von der Deutschen Bank und der Diskonto-Gesellschaft überwiesen worden war. Ich behauptete schon damals und tue dies auch jetzt, dass dieser Betrag für Friedenspropaganda verwendet werden sollte”.

Max Moritz Warburg was directeur van het Hamburgse bankiershuis M.M. Warburg en Co en tijdens de Eerste Wereldoorlog een hoge officier van de Duitse Geheime Dienst. De geldbronnen van het Nationaal-Socialisme en het opvallend bonte spectrum van de aanhoudende nasleep analyseert kort wat indicaties hieromtrent. Max Warburg leidde de geldstromen in banen die vanuit Duitsland naar de Russische communistenleiders vloeiden, maar uiteindelijk stond steeds de Duitse legerleiding hierachter. Toch moet er hierbij op gewezen worden dat Felix Warburg, de broer van Max Warburg, getrouwd was Frieda Schiff, de dochter van de voornoemde bankier Jacob Schiff. Dat zegt uiteraard nog lang niet alles, maar langs deze familieband, via het directe contact van Max Warburg met de Duitse legerleiding, zou ook Schiff geld in de Russische Revolutie van 1917 gestoken kunnen hebben, in elk geval, zoals al is gesuggereerd, wat de financiering van Trotsky aangaat.

Generaal Erich Ludendorff, destijds staatssecretaris in het ministerie van Buitenlandse Zaken te Berlijn en in 1920-1923 de menner van een paradepaardje, Adolf Hitler, schreef in een telegram aan de Oberste Heeresleitung d.d. 29 september 2017 (zie Heresch, blz. 330-332): “Die groß angelegten und erfolgreich durchgeführten militärischen Operationen an der Ostfront sind seitens des A.A. durch eine intensive Minierarbeit in Russland sekundiert worden. Wir haben es uns hierbei in erster Linie angelegen sein lassen, die nationalistisch-spartakistischen Bestrebungen tunlichst zu fördern und die revolutionären Elemente kräftig zu unterstützen. […] Die Bolschewiki-Bewegung hätte ohne unsere stetige weitgehende Unterstützung nie den Umfang annehmen und sich den Einfluss erringen können, den sie heute besitzt. Alle Anzeichen sprechen für ihre weitere Ausdehnung. […] Nach den erst kürzlich eingegangen Nachrichten sind die Zustände in Russland derartig, dass der Zusammenbruch des in seinem Wirtschaftsleben zerrütteten und von englischen Agenten mit Mühe aufrechterhaltenen Landes von jeder weiteren stärken Erschütterung erwartet werden kann”.

De setting voor de Oktoberrevolutie was kortom nu vrij aardig rond, steeds dankzij de financiële steun uit Duitsland. De feitelijke opstand begon op 7 november, volgens de oude juliaanse kalender was dat op 25 oktober 1917. De beroemde bestorming van het Winterpaleis te St. Petersburg vond op 26 oktober plaats, 8 november 1917 in onze tijdrekening. Op 9 november 1917 kabelde Ludendorff (zie Heresch, blz. 338-340) het volgende directief: “…Beehre mich unter Bezugnahme auf die Besprechungen mit dem Gesandten von Bergen und Herrn Ministerialdirektor Schröder zu bitten, dem Auswärtigen Amt für politische Propaganda in Russland den Betrag von fünfzehn Millionen Mark zu Lasten des Kapitels 6 Abschnitt II des ausserordentlichen Etats geneigtest zu Verfügung stellen zu wollen”.

Wéér 15 miljoen Mark voor Lenin en consorten én in de laatste zin van het telegram onder voorbehoud nog de aankondiging “demnächst mit einer weiteren Bitte um Bewilligen weiterer Beträge heranzutreten”. Er zou nog wel eens meer geld in deze revolutie gestoken moeten worden…

De Oktoberrevolutie, die dus volgens onze tijdrekening dus in november 1917 plaatsvond, werd voor de Duitse legerleiding een eclatant succes. De Bolsjewisten sloten vrede met Duitsland, zodat de Duitsers hun legers aan het Westfront konden inzetten. Maar met zomaar een revolutietje was het in Rusland nog lang niet gedaan. Er brak meteen een burgeroorlog uit die nog tot oktober 1922 zou gaan duren, maar liefst vijf jaar dus. De Bolsjewisten moesten onder leiding van Lenin en Trotsky de macht nog consolideren en de Duitsers wilden destijds uiteraard voorkomen dat reactionaire elementen in Rusland de macht weer zouden terugveroveren, de adel, de clerus, het leger, enzovoort… Vandaar dat de Duitsers gewoon doorgingen met het financieren van de Russische Revolutie.

Maar niets voor niets! De Bolsjewisten moesten er een bittere prijs voor betalen. Het vredesverdrag van Bresk-Litovsk, getekend op 3 maart 1918, betekende een enorm gebiedsverlies voor het voormalige Russische rijk. In het kaartje zien we in rood de gebiedswinst van de Duitsers. Het lijkt bescheiden, maar daarbij komt dat Rusland ook Litouwen, Estland, Finland en de Oekraïne moest opgeven. Dat zou voortaan onder eigen bestuur komen te staan, zoals het tegenwoordig weer het geval is. Maar goed, de Bolsjewisten hadden hun handen vol aan stabilisatie van hun permanente revolutie, die op gegeven moment, zo dachten ze, toch overal zou moeten uitbreken.

Dat gebeurde niet. De Russische beer werd voortdurend door Amerikaanse haviken in bedwang gehouden, zó intensief bovendien dat allerlei honden en katten maar een minimale rol in het spel speelden, maar wel het wapentuig van de haviken aanschaften. De muizen gingen er daarbij constant vandoor of hielden zich bangelijk schuil, bang voor de communistische beer vooral, die bij lange na zo gevaarlijk niet was als hij door de Amerikaanse haviken afgeschilderd werd. Soms waagden een paar rooie ratten zich op straat om te demonstreren tegen die gevaarlijke roofvogels en hun moorddadige terreur. Maar die haviken schijnt de wereld nooit kwijt te raken. Lijken ze trouwens niet veel meer op de adelaars van Nazi-Duitsland?

Diverse bronnen:

De geldbronnen van het Nationaal-Socialisme en de bewogen levens van de Belgische avonturier Jean Gustave Schoup (2014) – Jasper J. Wielaert

De geldbronnen van het Nationaal-Socialisme en het opvallend bonte spectrum van de aanhoudende nasleep (2015) – Jasper J. Wielaert.

Pretext for Mass Murder: The September 30th Movement and Suharto’s Coup D’État in Indonesia (2006) – John Roosa

Geheimakte Parvus – Die gekaufte Revolution (2000) – Elisabeth Heresch

Vluchtoord Gouda. Belgische vluchtelingen in Gouda tijdens de eerste Wereldoorlog – Martin Kraaijestein

Een voetnoot tot slot: de truc met de betaalde opstandelingen die Lenin toepaste is niet uniek gebleven. Het is vrij simpel wat arme lieden bij elkaar te schoffelen en tegen betaling te motiveren de straat op te gaan om luidruchtig en soms ook vernielzuchtig te protesteren. In 1953 financierde de Amerikaanse geheime dienst CIA de (zogenaamde) opponenten van Mohammad Mossadeq. Deze democratisch gekozen premier van Iran was in zijn land zeer populair, maar hij maakte zich bij de Anglo-Iranian Oil Company (vanaf 1954 British Petroleum Company) minder populair. Mossadeq had de olie van zijn land genationaliseerd en dat gaat natuurlijk zomaar niet. Door de CIA betaalde herrieschoppers luidden de coup tegen Mossadeq in. Let daarop als er weer ergens massaal protest opdoemt en opstanden uitbreken. Denk dan eens na wie dat allemaal betaalt. Hoe was dat ook alweer in Libië bijvoorbeeld, toen eenmaal besloten was dat Moammar al-Qadhafi afgezet moest worden? Wie betaalde de zgn. “vrijheidsbeweging” tegen Quadhafi? De CIA financierde in het diepste geniep ook de “gematigde rebellen” die tekeergingen tegen Bashar al-Assad, de onder het volk geliefde en legitieme president van Syrië, die in de Westerse media uiteraard als brute dictator werd afgeschilderd. De CIA zit tevens achter de koppensnellers van Islamitische Staat. Wat daarvan over is, wordt nog steeds door America gesteund. Tel uit je winst. Een derde voorbeeld. Nicolas Maduro, de president van Venezuela, tegenwoordig het olierijkste land ter wereld, is zeer populair bij het overgrote deel van zijn volk. Gek genoeg wordt hij nogal geplaagd door allerlei opstandelingen. Ra-ra wie die obscure figuren geld in de achterzak steekt om Maduro het regeren zuur te maken en zijn land te destabiliseren. in strijd met het Internationaal Recht. En maar propageren dat al die landen die door de US-strijdkrachten aangevallen worden, schurkenstaten zijn.

Zie voor actualiteiten ook de Facebook van Jean Gustave Schoup. Reacties zijn verder altijd welkom via jeangustaveschoup@gmail.com

Advertenties