Tags

, , , , , , ,

Dankzij Hoovers en Francqui’s hulpcomités ging het met de voedselvoorziening van de Belgen vooruit. Maar hoe stond het begin 1915 met de in Harderwijk geïnterneerde Belgische soldaten? Konden zij binnen de omheiningen hun behoefte al wat humaner doen dan in een diep in de grond gegraven gat, een open beerput zeg maar, of kwam de ontlasting ook nog wel vrijelijk ergens in een beschut hoekje op de heide terecht? Werden de arme zielen nog bevangen door vlektyfus? Konden ze zich al eens wassen of zouden ze ook de volgende maanden een uur in de wind stinken? Sliepen ze nog als beesten op stro in een tochtig tentenkamp? Kregen ze genoeg te eten en verrekten ze niet steeds meer van de kou? Ja en nee…

Kamp Harderwijk © JJ. Wielaert

In het Interneringsdepot Harderwijk was in februari 1915 de situatie enorm veranderd in vergelijking met de onhoudbare omstandigheden die er eerst heersten. Jawel, het had even geduurd, maar in dat barre oord begonnen de mensonwaardige toestanden van oktober-november 1914 door de bouw van een groot aantal barakken allengs te verbeteren! Vergeet niet dat de Nederlandse autoriteiten daar eerst niet toe hadden besloten, omdat het Duitse offensief in Frankrijk leek te gaan slagen en de oorlog dus snel voorbij kon zijn. Dat was een misrekening, maar het speelde mee in het besluit de opzet van het Harderwijkse opvangkamp voor Belgische militairen provisorisch te laten zijn. Veel goedkoper immers ook! Maar nee, toch niet, tenminste niet voor de Belgen, want niets zou gratis blijven. Na de oorlog kreeg België de rekening gepresenteerd.

Zeker; eerst moest Nederland een en ander bekostigen. Datzelfde Nederland was er niet op voorbereid honderdduizenden Belgische vluchtelingen onderdak te geven. Was het duidelijk hoeveel er zouden blijven? Nee, ook al niet, dus bleef het aanvankelijk bij noodoplossingen en werd er niet meteen voor de Belgen gebouwd. Dat leek het beste, want zou dat gedonder daar in Noord-Frankrijk niet gauw afgelopen zijn? Even leek het erop, maar niemand wist het. En dus werd er in kamp Harderwijk in het begin niet veel geïnvesteerd.

Nederland kon Belgische burgers wel met zachte drang afschuiven. Het gros van de burgervluchtelingen ging sowieso uit vrije wil naar eigen land terug toen het ergste voorbij was. Maar de gevluchte soldaten moesten blijven. Belgische militairen mochten vanuit het neutrale Nederland nergens anders belanden en dat had gevolgen voor wat men huisvesting noemt. Er moest vanaf november 1914 dringend iets gebeuren. Na de Duitse nederlaag in de Eerste Slag bij de Marne (5 tot 12 september 1914) kwam het bliksemoffensief tot stilstand. De Teutoonse invasie stagneerde en de oorlogvoerenden begonnen zich aan beide kanten in te graven. Het werd duidelijk dat een snelle overwinning in 1914 niet meer haalbaar zou zijn. En dus, jawel, nu zat Nederland met een niet geringe complicatie, te meer daar de winter zich aankondigde. De problemen op humanitair vlak hoopten zich op, zodat dan toch besloten werd dat voor de Belgische militaire vluchtelingen, die de status van krijgsgevangenen hadden, een geconcentreerd kampement van node was.

Van het Interneringsdepot Harderwijk maakten drie Belgen later een maquette. Het complex lijkt optisch op de beelden die dertig jaar later van luchtopnames van concentratiekamp Auschwitz-Birkenau bekend werden. Dat Duitse vernietigingskamp was meer dan vijf keer zo groot, maar toch toont de maquette (zie boven) hoe uitgestrekt het kamp bij Harderwijk met zijn 32 hectare was. Laten we een essentieel verschil echter niet uitvlakken. In Auschwitz werden mensen vier jaar lang de dood in gedreven. In Harderwijk werden mensen vier jaar lang verzorgd.

Kamp in opbouw © JJ. Wielaert

De Belgische soldaten moesten bij de bouw van hun barakken ook zelf de handen uit de mouwen steken. Dat deden ze niet allemaal vrijwillig, maar ja, ze zagen zelf in dat de ellende langer zou duren dan gedacht en dat ze er het beste van moesten maken. Nog jaren lang lazen ze in Harderwijk over hun collega’s die in het uiterste puntje van West-Vlaanderen met de geallieerden heldhaftig standhielden tegen de Duitsers en daarbij sneuvelden. Daar mochten de Belgische soldaten die in Nederland vastzaten niet aan deelnemen.

Het eerste wat ze in Harderwijk wel mochten doen, was lijdzaam lijden en vervolgens lustig timmeren. Het resultaat mocht er wezen. Er was plotseling heel wat nodig en het ging uiteraard niet alleen maar om slaapplaatsen. Toereikende wasruimte moest er komen, latrines evenzeer, kantines en een ziekenboeg. Het nodigste werd het eerst gebouwd en Interneringsdepot Harderwijk werd daarna, van 1915 tot 1917, steeds verder vervolmaakt. Zeker, het verging de Belgische soldaten door deze maatregelen gauw beter. Maar toch is het niet anders mogelijk dan ook negatief over de verbeteringen te berichten.

De accommodatie was met 250 man per slaapbarak overbevolkt. Van privacy was geen sprake en er was geen verwarming. Dit maakte vooral de winters voor de soldaten alles behalve gerieflijk. Overdag moesten ze zich opwarmen in de kantines. ’s Nachts warmden de uiterst nauw bemeten logies dankzij de lichaamstemperatuur van 250 man wat op, maar daardoor kon het gebeuren dat aangevroren ijs ontdooide en op de slapers neerviel. Het is guur en winderig koud in Nederland en daar bleek niets aan te doen. Buiten de barakken was het begin 1915 verre van aangenaam. Pas later kon in het Belgenkamp Harderwijk iets aan het egaliseren van de tussen de behuizing liggende paden gedaan worden en aan wat riolering. In de eerste winter was kamp Harderwijk nog steeds maar een miezerig houten dorp waar ca. 12.000 tijdelijke bewoners door de modder moesten banjeren.

Kampstraat 1915 © JJ. Wielaert

Er was dus verbetering gekomen, jawel, maar was het genoeg? Nee, bij lange na niet. Dat was ook niet te verwachten. Zoals het bij de stichting en opbouw van ieder dorp gaat, laat het begin veel te wensen over. Er is niet meteen een bibliotheek of een voorziening voor vrijetijdsbesteding of scholing. Bij een merkwaardig garnizoen als het Belgenkamp op de heide ten zuiden van Harderwijk was dat niet anders. Stap voor stap en al naar gelang de behoeften die zich kenbaar maakten, werd het kamp geperfectioneerd en uitgebreid. Uiteindelijk zouden de burgers van Harderwijk nog profiteren van het Belgische toneelgezelschap dat in het nabijgelegen kamp voor vertier zorgde. Maar daar kon men in februari 1915 slechts van dromen. Eind januari 1915 berichtten de kranten over de “nieuwe kazerne” in Harderwijk, het kamp waarin uit alle windrichtingen Belgische militairen geconcentreerd werden. Het gros van de onderkomens was in slechts twee maanden uit de grond gestampt en dat zal, midden in de winter, geen lolletje geweest zijn.

Een goede vraag is wellicht: timmerde Schoup ook mee? Dat is misschien ook wel een vreemde vraag, want hij deed toch in Rotterdam zijn best voor de voedselhulp aan België? Welnu, er bestaat een aanwijzing dat hij vóór de jaarwisseling 1914-1915 in het zuiden van Nederland werd gearresteerd. En als het waar is dat hij Rotterdam inderdaad even verliet; wat voerde Jean Gustave dan op die bewuste decemberdag in zijn schild?

Men kan ernaar gissen, meer niet. Misschien heeft hij tegen het eind van 1914 gedacht Oud en Nieuw in Antwerpen bij zijn ouders te kunnen vieren? Misschien woonde daar wel een mooie Julia op wie hij verliefd was? Misschien… we zullen het nooit te weten komen! Maar als het een vermetel plan van hem geweest is een poging te wagen de grens naar België te overschrijden, dan mislukte dat danig. Hij mocht zo’n poging niet wagen. Schoup had weliswaar een officiële vergunning voor de business van Amerikaanse graanleveranciers in Rotterdam te werken, maar dat hield geen toestemming in op eigen houtje elders in Nederland te gaan flierefluiten. Dát was vanwege zijn status als Belgische krijgsgevangene in een neutraal land meteen een ontduiking van de regels. Dát kan dan ook negatieve gevolgen gehad hebben voor de uitzonderlijke vrijheid die hij als kantoorbediende van de Commission for Relief in Belgium genoot.

Het staat vast dat Schoup op 14 januari 1915 in Interneringsdepot Harderwijk werd geregistreerd. Zie voor een kleurenreproductie van die registratie de appendix achter in de biografie. Hij was (hoe en waarom dan ook) kennelijk over een schreef gegaan, maar misschien werd hij wel om gewone redenen van zijn taak bij de Commission for Relief ontheven.* Hoe het ook zij; in elk geval kwam hij voor de tweede keer in het kamp te terecht, waar overigens op 15 maart 1915 de laatste slaapbarak gereed zou komen.

Slaapbarak © JJ. Wielaert

* Onder welke omstandigheden J.G. Schoup misschien al in december 1914 zijn bevoorrechte betrekking in Rotterdam verloor, is niets met zekerheid te zeggen. Daar het om niet meer dan een vage indicatie gaat die niet te verifiëren was, is dit gegeven niet in de biografie opgenomen. Overigens bevat dit weblog vooral details die evenmin in het boek zijn opgenomen, omdat met al die zijpaden het panorama over Schoups avontuurlijke levens te wijdlopig zou zijn geworden.

De illustraties komen uit: Vluchten voor de Groote Oorlog (De Bataafsche Leeuw, Amsterdam, 1988) en uit Gehalveerde mensen (BDU, Barneveld, 2004)

Reacties altijd welkom via jeangustaveschoup@gmail.com

Advertisements